Gebruiksaanwijzing en dosering

BioVitall Poeder voor Mest (BVP-M en BVP-M Plus)

Eerste behandeling mestkelder

Gebruik 1 kg BVP-M of BVP-M Plus per 100 m3 mest (bij nertsen 1 kg per 50-70 m3). Los dit goed op in zuurstofrijk water (leidingwater) en gebruik minimaal 500 ltr. water per kg product. Hoe meer water des te beter het werkt (meer zuurstof). Bij kippenmest in kelders adviseren wij zeker 750 ltr. water per kg product te gebruiken. Breng deze mix op meerdere plaatsen (verdelen) op de bodem van de mestkelder aan. BVP-M of BVP-M Plus werkt het beste van onderen naar boven. Drie tot vier weken voor het uitrijden gebruiken. BioVitall Poeder M-Plus heeft een extra sterke werking.

Vervolgbehandelingen wekelijks in de stal.

 Verbruik per dier per week
Koeien2 – 3 gram (het beste is 3 gram)
Vleeskalveren2 gram
Vleesvarkens2 gram
Biggen0,7 gram
Kippen5 gram per 400 dieren

Altijd 20 gram BVP-M of BVP-M Plus op 10 liter water.

  • De oplossing kan over de mest of roostervloer worden gebracht met een gieter, emmer of hogedrukspuit. 
  • Het product altijd goed oplossen in zuurstofrijk water (waterleidingwater) omdat anders de werking sterk verminderd of het gaat niet werken. 
  • Bij een wekelijks gebruik in de stal is een behandeling van de mestkelder niet meer nodig. 
  • Om te starten moet de mestkelder altijd éénmalig op de bodem worden behandeld. 
  • Bij vaste mest 2 á 3 gram per dier wekelijks over de mest aanbrengen. 
  • Zorg altijd voor voldoende vocht in de mestkelder. De mest moet wel homogeen en verpompbaar kunnen worden. 

Opslag: Het beste is het BioVitall Poeder b.v. in een kast te bewaren of in de voorraadkamer. Bewaar het droog en bescherm het tegen (elektro)magnetische velden zoals stroomleidingen, luidsprekers, elektromotoren. Niet dicht erbij leggen. Bewaar het niet in direct zonlicht of onder voortdurend neon-licht (TL-verlichting/spaarlampen).

ATTENTIE

Gebruik altijd fris waterleidingwater of water uit de ontijzeringsinstallatie met een verneveling. Hierin zit voldoende zuurstof. In uw eigen bronwater zit doorgaans géén of zéér weinig zuurstof zodat het proces in de mest niet of niet goed op gang komt.